INBO lanceert ‘Voetafdruk ontbossing en koolstofuitstoot in de (sub)tropen - algemeen’ als experimentele indicator. We ontvangen graag uw opmerkingen om de leesbaarheid en bruikbaarheid ervan te verbeteren. Suggesties zijn welkom op .

De impact die de Vlaamse economie heeft op ontbossing in de (sub)tropen schommelt op een hoog niveau. Elke zeven à acht jaar doet ons Vlaamse consumptie- en productiepatroon een oppervlakte (sub)tropisch bos verdwijnen die even groot is als het hele Vlaamse bosoppervlak. Daarnaast doet onze economie in die regio ook venen verdrogen. De koolstofuitstoot die we jaarlijks veroorzaken door de ontbossing en door de drainage van venen in de (sub)tropen, bedraagt zo’n 12 à 13 keer de jaarlijkse koolstofopslag door bos in Vlaanderen.

Vlaamse consumptie

Figuur 1: impact van de Vlaamse consumptie op (het risico op) ontbossing (links) en op de koolstofuitstoot door die ontbossing en door de drainage van venen (rechts) in de tropen en de subtropen. De impact is opgedeeld in 2 meetperiodes (2010 - 2016 en 2015 - 2019) die elk een verschillend economisch model als basis hanteren (zie tabblad metadata).

Vlaamse export

Figuur 2: impact van de Vlaamse export op (het risico op) ontbossing (links) en op de koolstofuitstoot door die ontbossing en door de drainage van venen (rechts) in de tropen en de subtropen. De impact is opgedeeld in 2 meetperiodes (2010 - 2016 en 2015 - 2019) die elk een verschillend economisch model als basis hanteren (zie tabblad metadata).

Vlaamse economie

Figuur 3: impact van de Vlaamse economie (consumptie + export) op (het risico op) ontbossing (links) en op de koolstofuitstoot door die ontbossing en door de drainage van venen (rechts) in de tropen en de subtropen. De impact is opgedeeld in 2 meetperiodes (2010 - 2016 en 2015 - 2019) die elk een verschillend economisch model als basis hanteren (zie tabblad metadata).

Definitie

De indicator voetafdruk ontbossing toont het verband tussen de Vlaamse economie en recente ontbossing in tropische en subtropische landen (2001 - 2019, 135 landen). Met ontbossing bedoelen we het jaarlijks verdwijnen van bos ten voordele van een ander landgebruik (grasland, akkerland of bosplantage). Anders dan bij de indicator voetafdruk landgebruik gaat het niet om het gebruik van (half-)natuurlijk bos voor bijvoorbeeld houtproductie. Enkel (half-)natuurlijk bossen die omgezet worden naar graslanden, akkers of bosplantages komen in beeld. De resultaten uit verschillende jaren kunnen bij elkaar opgeteld worden om de totale ontbossing in een bepaalde periode te berekenen. Ontbossing vindt ook plaats in heel wat niet-tropische landen (GFW, 2023), waaruit Vlaanderen rechtstreeks of onrechtstreeks grondstoffen invoert (bv. Rusland, China… (Jennings en Schweizer 2019)). Die ontbossing komt hier niet in beeld.

De impact op koolstofuitstoot geeft de som weer van de CO2-uitstoot door de ontbossing in de (sub)tropen en de CO2-uitstoot door drainage van veengebieden in diezelfde landen.

De indicatoren geven de rol van Vlaanderen weer in de (sub)tropische ontbossing en de bijbehorende koolstofuitstoot. Dat er bos in die regio verdwijnt, staat vast. Wie daarvoor verantwoordelijk is, is niet altijd even eenduidig aan te wijzen (zie verder, en ook (Alaerts, Stevens, en Christis 2023) bijlage 2.3). De indicatoren tonen daarom een risico op ontbossing in de (sub)tropen door onze consumptie en productie (verderop kortweg “ontbossing” genoemd), eerder dan een ontbossing met vaststaande oorzaak. De basisdata laten niet toe om na te gaan in hoeverre de producten die Vlaanderen importeert, voldoen aan duurzaamheidsstandaarden die ontbossing tegengaan.

De voetafdruk ontbossing en de voetafdruk koolstofuitstoot door ontbossing en drainage in de (sub)tropen maken deel uit van een reeks voetafdrukindicatoren die gebaseerd zijn op hetzelfde economische basismodel (zie voetafdruk landgebruik en biodiversiteit en voetafdruk biomassagebruik). Ze zijn bedoeld om de grootteorde van onze impact mee te geven, algemene verhoudingen tussen (groepen van) landen en sectoren af te leiden en hotspots aan te duiden voor verdere actie of onderzoek.

De indicatoren zijn onderling verbonden en vullen elkaar aan: de oogst van biomassa neemt land in beslag, waarvoor planten en dieren moeten wijken of hele bossen verdwijnen. Ze tonen telkens andere facetten van onze impact, waarop het Vlaamse, federale en Europese beleid kunnen inspelen.

Bespreking

Hoge jaarlijkse ontbossing in verhouding tot omvang Vlaams bos

De Vlaamse economie (regionale consumptie + export) wordt tussen 2015 en 2019 (periode 2 in figuur 3) gerelateerd aan het verdwijnen van meer dan 91.000 ha (sub)tropisch bos. Dat komt neer op ruwweg 18.000 ha per jaar, of ongeveer 14% van de Vlaamse bosoppervlakte (140.279 ha, Vlaamse Bosinventaris, 2022). Anders gezegd: elke zeven à acht jaar doet Vlaanderen een oppervlakte (sub)tropisch bos verdwijnen die even groot is als het hele Vlaamse bosoppervlak. Ongeveer 8.000 ha daarvan is verbonden met goederen en producten die we in Vlaanderen consumeren (Figuur 1), zowat 10.000 ha hangt samen met goederen die we in Vlaanderen verwerken en weer exporteren1 (Figuur 2).

Tussen 2015 en 2019 (periode 2 in figuur 3) bedroeg de koolstofuitstoot die de Vlaamse economie jaarlijks veroorzaakt door ontbossing en drainage van venen in de tropen en de subtropen gemiddeld bijna 11 megaton CO2-eq. Dat is 16% van onze koolstofuitstoot in Vlaanderen in 2019 (69 Mton CO2-eq; (VMM 2022)) of ongeveer 13 keer de jaarlijkse koolstofopname door bos in Vlaanderen (+/- 827 kton CO2-eq; (Vlaamse overheid 2022)). 40 à 45% van die jaarlijkse uitstoot (4 - 5 Mton) is verbonden met onze consumptie (Figuur 1), 55 à 60% (6 - 7 Mton) met onze export (Figuur 2). De koolstofuitstoot door ontbossing en drainage in de (sub)tropen zit niet vervat in de koolstofvoetafdruk van onze consumptie die het Departement Omgeving rapporteert (97 Mton CO2-eq in 2019).

De impact van onze consumptie schommelt, die van onze export toont een dalende trend

De impact van onze consumptie op (sub)tropische ontbossing en op de koolstofuitstoot door ontbossing en drainage van venen in de (sub)tropen vertoont tussen 2010 en 2016 (periode 1) een sterke daling: de impact op ontbossing vermindert met bijna 40%, die op koolstofuitstoot met bijna 30% (Figuur 1). Tussen 2015 en 2019 (periode 2) tekent zich geen duidelijke trend meer af. De impact van onze export op (sub)tropisch ontbossing en op de bijbehorende koolstofuitstoot daalt tussen 2010 en 2016 met respectievelijk 43% en 32%, tussen 2015 en 2019 dalen beide met zo’n 22% (Figuur 2). Om echt van significante trends te kunnen spreken, zijn een langere studieperiode en een inschatting van de onzekerheid op de modelresultaten noodzakelijk.

De veranderingen zijn toe te wijzen aan verschuivingen in ons consumptie- en productiepatroon, en dan vooral in de herkomst van de grond- en hulpstoffen die we gebruiken (zie voetafdruk ontbossing en koolstofuitstoot in de tropen - landen en sectoren).

Waarom een voetafdruk voor ontbossing en bijbehorende koolstofuitstoot?

Vlaanderen onderschrijft nationale en internationale afspraken inzake biodiversiteit en duurzame ontwikkeling, zoals de federale strategie duurzame ontwikkeling en de federale biodiversiteitsstrategie, het Biodiversiteitsverdrag en de Agenda 2030 van de Verenigde Naties, de Europese Green Deal en Biodiversiteitsstrategie 2030. Om die afspraken na te komen, moeten we maatregelen nemen om onze voetafdruk op de biodiversiteit in het buitenland te beperken, de evolutie monitoren en daarover rapporteren. Daarnaast engageert Vlaanderen zich via de Europese Unie ook om bossen wereldwijd te beschermen en te herstellen (COM/2019/352 final). Met het FLEGT (Forest Law Enforcement, Governance and Trade)-actieplan, de Houtverordening, de Europese Bosstrategie en de recente Europese verordening rond ontbossingsvrije producten (Regulation (EU,2023/1115)) streeft de EU ernaar om haar impact op ontbossing in de wereld een halt toe te roepen. Verder wil de EU haar impact op de mondiale klimaatverandering beperken en haar koolstofuitstoot verkleinen (via de Green Deal, de Klimaatwet, de LULUCF-verordening…). Bossen en veengebieden buiten de EU komen daarbij nog weinig in het vizier.

De focus van het Vlaamse biodiversiteitsbeleid ligt op wat er zich binnen Vlaanderen afspeelt. Onze impact op de biodiversiteit en op ontbossing in het buitenland komt nauwelijks in beeld. Heel wat beleidsdomeinen en sectoren zijn betrokken partij en nemen zinvolle initiatieven, maar van een gecoördineerde, actiegerichte aanpak is voorlopig weinig sprake.

Om beleidsacties en rapportages richting te kunnen geven, zijn kwaliteitsvolle beleidsindicatoren nodig. De hier voorgestelde experimentele voetafdrukindicatoren vormen, samen met de andere voetafdrukindicatoren uit de reeks, een eerste stap. Bestaande (milieu-)indicatoren die de milieudruk van onze economie buiten onze grenzen opvolgen, zoals de materialenvoetafdruk ((OVAM 2023)), de koolstofvoetafdruk ((Omgeving 2024)) en de ecologische voetafdruk ((Bruers en Vandenberghe 2014)), vatten onvoldoende de impact die die vormen van milieudruk uitoefenen op de biodiversiteit. Die impact is bovendien zeer locatiespecifiek: eenzelfde druk leidt niet overal ter wereld tot hetzelfde biodiversiteitsverlies of tot dezelfde klimaatverandering. Onverstoorde tropische bossen huisvesten bijvoorbeeld meer dan twee derde van de gekende terrestrische soorten op aarde en dat terwijl die bossen minder dan 10% van het landoppervlak innemen. De snelheid waarmee ze verdwijnen, brengt de biodiversiteit in de wereld in het gedrang ((Alroy 2017); (Giam 2017); (IPBES 2019)). Een bepaalde oppervlakte ontbossing in de tropen leidt bovendien tot een grotere opwarming van het wereldwijde klimaat dan een ontbossing van diezelfde oppervlakte in meer noordelijke streken ((Alaerts en Stevens 2023), §2.1.3).

Wie is verantwoordelijk?

De toenemende globalisering van de economie, met wereldwijd verspreide productienetwerken en een consumptie die steeds verder reikt (bv. door online aankopen), maakt het almaar moeilijker om verantwoordelijkheden aan te duiden en beleidseffecten op te volgen. Veranderingen in landgebruik en biodiversiteit zijn in elk land het resultaat van een complex samenspel van processen. Internationale handel is een van de vele oorzaken en een gedeelde verantwoordelijkheid van verschillende landen.

Wat kan Vlaanderen doen?

In de eerste plaats kan Vlaanderen zich opwerpen als een pleitbezorger voor internationale actie. Want Europese en internationale afspraken zijn een noodzaak om onze impact écht te milderen. Vlaanderen kan bijvoorbeeld zelf wel beslissen om enkel nog soja en afgeleide producten in te voeren uit regio’s waar geen ontbossing meer plaatsvindt. Maar als andere landen met een veel groter verbruik van soja dat wel blijven doen, zal de Vlaamse actie nauwelijks zichtbaar zijn in de modelresultaten en op het terrein. Nationale of regionale beleidsacties kunnen ook onbedoelde neveneffecten hebben: Vlaanderen kan ervoor kiezen om enkel duurzaam geteelde soja in te voeren uit een specifieke regio, maar daarmee het oorspronkelijke landgebruik op die locatie doen opschuiven naar regio’s waar bossen nog volop verdwijnen. Vlaanderen kan ook zijn eigen directe impact aanpakken, maar gelijktijdig in toenemende mate verwerkte producten invoeren (bv. vleesproducten) waarvan het risico op ontbossing veel minder gemakkelijk op te volgen is.

Zulke complexe wisselwerkingen zijn moeilijk te vatten in enkele indicatoren. Ze vragen meer fundamentele aanpassingen in het kennissysteem waarmee we macro-economisch beleid en internationale handel aansturen. De grootteorde van onze impact is evenwel duidelijk: met onze economische activiteiten en consumptiepatronen overschrijden we ruimschoots de draagkracht van Vlaanderen.

Om onze hoge voetafdruk aan te pakken, zijn ook op Vlaams niveau nog bijkomende acties en een meer doorgedreven coördinatie van bestaande initiatieven mogelijk. Bestaande instrumenten zoals de Vlaamse Eiwitstrategie, de landbouw- en boswetgeving, het circulaire economiebeleid, het beleid rond duurzame overheidsopdrachten, het Vlaamse Fonds Tropisch Bos… zijn mee bepalend voor onze impact in de wereld en kunnen dus ook helpen om die impact te verbeteren.

Referenties

Alaerts, Katrijn, en Maarten Stevens. 2023. ‘Natuurrapport 2023 - uitdaging 2: De klimaatverandering tegengaan. Achtergrondrapport: De uitdaging doorgelicht op basis van interviews en documentanalyse.’ 23. Brussel: Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek.
Alaerts, Katrijn, Maarten Stevens, en Maarten Christis. 2023. ‘De impact van Vlaanderen op de biodiversiteit in de wereld: op zoek naar indicatoren.’ België: Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek.
Alroy, John. 2017. ‘Effects of habitat disturbance on tropical forest biodiversity’. Proceedings of the National Academy of Sciences 114 (23): 6056–61. https://doi.org/10.1073/pnas.1611855114.
Bruers, Stijn, en Koen Vandenberghe. 2014. ‘Structurele verklaringen voor de hoge voetafdruk van België - Vergelijking van voetafdrukindicatoren voor België en buurlanden’. Onderzoeksrapport MIRA/2014/02. Ministerie van de Vlaamse gemeenschap.
Giam, Xingli. 2017. ‘Global biodiversity loss from tropical deforestation’. Proceedings of the National Academy of Sciences 114 (23): 5775–77. https://doi.org/10.1073/pnas.1706264114.
IPBES. 2019. ‘Global assessment report on biodiversity and ecosystem services of the Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services. E. S. Brondizio, J. Settele, S. Díaz, and H. T. Ngo (editors)’. Bonn: Secretariat of the Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity; Ecosystem Services. https://doi.org/10.5281/zenodo.3553579.
Jennings, Steve, en Lyra Schweizer. 2019. ‘Risky Business: the risk of corruption and forest loss in Belgium’s imports of commodities’. 3Keel - WWF.
Omgeving, Departement. 2024. ‘Koolstofvoetafdruk Departement Omgeving. https://indicatoren.omgeving.vlaanderen.be/indicatoren/koolstofvoetafdruk.
OVAM. 2023. ‘Input-output analyse helpt evoluties in de Vlaamse materialenvoetafdruk te verklaren’. https://ovam.vlaanderen.be.
Vlaamse overheid. 2022. VEKP-Voortgangsrapport 2022. Zoals medegedeeld aan de Vlaamse Regering op 28 oktober 2022.’ VR 2022 2810 MED.0392/2TER.
VMM. 2022. ‘Emissies broeikasgassen’. https://www.vmm.be/data/uitstoot-broeikasgassen/uitstoot-broeikasgassen.

  1. De cijfers verschillen van de cijfers gerapporteerd in het methodologische achtergronddocument ((Alaerts, Stevens, en Christis 2023)), omdat het economische basismodel intussen enkele correcties en aanpassingen onderging (zie metadata). Vooral de exportcijfers verschillen aanzienlijk, omdat het huidige basismodel een andere kijk op wederuitvoer reflecteert: producten die enkel verhandeld worden in Vlaanderen en er geen verdere verwerking ondergaan, zitten niet meer vervat in de impact van onze export. Dit om afstemming met de andere voetafdrukindicatoren van de Vlaamse overheid (koolstofvoetafdruk, materialenvoetafdruk) te verzekeren. Daarnaast verbeteren de basisdata en de methodes van dit relatief nieuwe onderzoeksdomein ook voortdurend.↩︎